zondag 8 februari 2015

Waarom ben jij voorstander van donatie bij leven?

Nierdonatie bij leven is een behoorlijk transparant traject; de levende donor en ontvanger worden uitgebreid medisch en psychologisch gescreend en bij een "go" vindt de transplantatie plaats.
Beiden hebben een substantiële kans om goed uit deze ingreep te komen.

Bij het afstaan van organen "na overlijden" in het geval van de miljoenen Nederlanders die een donorcodicil hebben is niet altijd even duidelijk wat dit nu precies inhoudt.
De overheid heeft erg haar best gedaan om ons te doen geloven dat je als donor eerst dood moet zijn.


 
Het criterium bij doneren na overlijden is "hersendood", dus "waarschijnlijk aan het sterven, maar nog niet overleden".
Hersendood is niet zozeer een wetenschappelijk feit maar veeleer een afspraak.
Onder narcose (die bij een overledene niet nodig zou hoeven zijn), aan de beademing en met een functionerende bloedsomloop worden de organen uitgenomen.
De organen léven, evenals de donor, immers dode organen zijn ongeschikt om te worden getransplanteerd in een ontvanger.
Weefsels (hoornvlies, huid, bot- en peesweefsel, hartkleppen) wél, die kunnen binnen 24 uur na overlijden nog gebruikt worden.
Na de orgaanuitname overlijdt de donor (uiteraard) alsnog.
Steeds meer mensen vinden dat hierdoor het waardige stervensproces, waar iedereen recht op heeft, op brute wijze wordt doorbroken.

Ik ben van mening dat er een flinke discussie op gang zal komen als eenieder duidelijk wordt hoe orgaandonatie na overlijden nu werkelijk plaats vindt.
Een van de oplossingen voor dit ethische vraagstuk is donatie bij leven.
In aantallen vindt er nu al een verschuiving plaats van het doneren na overlijden naar het doneren bij leven.
De donorcampagnes blijven zich echter richten op het invullen van een codicil, terwijl het plafond daarin zo’n beetje bereikt is, getuige de donorweek in 2014.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten