donderdag 26 februari 2015

Een ontluisterend boek!

Let op! Deze bijdrage bevat mogelijk informatie die door sommigen als schokkend kan worden ervaren.

In zijn boek "Wat je over orgaandonatie zou moeten weten" (2014) prikt Ger Lodewick (1944) een groot taboe door; wij zijn misleid m.b.t. de inhoud van het donorcodicil.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken vindt de uitname van vitale organen (nieren, longen, lever, alvleesklier en hart) namelijk niet plaats ná het daadwerkelijke overlijden van de donor maar terwijl deze nog voor 97% in leven is.
De donor sterft dan ook aan de gevolgen van het "oogsten" van zijn organen.
Van een waardig stervensproces, waar immers ieder mens recht op heeft, is hierbij geen sprake.


Sinds 1968 is "hersendood" het criterium voor orgaanuitname.
Dit is echter geen wetenschappelijke diagnose maar een prognose; de patiënt zal wellícht gaan overlijden.
Slechts de activiteit in de hersenschors wordt gemeten (ca. 20% van ons brein) maar het kan zo zijn dat de diepere gedeelten van de hersenen nog volop actief zijn.
Hersendood is een rechtvaardiging om organen te mogen verwijderen uit een levend mens, zonder dit criterium zouden de betreffende medici voor doodslag worden aangeklaagd.

Narcose is bij de orgaanuitname niet verplicht, 75% van de donoren maakt dan ook afwerende gebaren en komt overeind bij de aanvang van de operatie (Lazarusreflexen). Dit verschijnsel kan alleen maar plaatsvinden bij een onbeschadigd ruggenmerg en niet na overlijden.
De hartslag en bloeddruk van de donor schieten omhoog en ook zweten wordt waargenomen, allemaal verschijnselen die in het geval “zijnde overleden” niet meer kunnen optreden.
Echter, vitale (=levende) organen van een overledene zijn niet bruikbaar…..

Er zouden inmiddels meerdere artsen, anesthesisten en verpleegkundigen zijn die weigeren nog langer aan deze praktijken mee te doen.
Het boek staat vol met getuigenissen maar ook met voorbeelden van hersendood verklaarde "overledenen" die nadien gewoon hersteld zijn.

Desondanks wordt voortdurend door de overheid en instellingen gepoogd om zoveel mogelijk donoren te scoren, zelfs bij het afhalen van een rijbewijs of onder kinderen van twaalf jaar en ouder wordt het donorcodicil gepresenteerd.

In Nederland wachten enkele duizenden nierpatiënten op een nieuwe nier.
De ca. 800 patiënten op de lijst Eurotransplant komen in aanmerking voor een nier van een overledene met de bekende wachttijd van vier tot vijf jaar.
Daarbuiten hopen nog eens enkele duizenden ooit een nier te bemachtigen maar zij staan nog niet op de lijst omdat zij bijvoorbeeld kanker hebben gehad of omdat hun nierfunctie nog boven de 10% bedraagt en nierdialyse nog niet aan de orde is.

Lodewick stelt dat als mensen gaan beseffen wat het donorcodicil nu écht inhoudt, zij massaal hun keuze voor donatie na overlijden zullen gaan veranderen in een volmondig "nee".

Ik was enorm benieuwd of hij een alternatief zou aandragen.
Levende donatie behandelt hij in dit boek niet, het is mij dan ook niet duidelijk geworden of hij er nou een voorstander van is of niet.
In mijn beleving is de enige hoop die nierpatiënten nog kunnen hebben dat vroeg of laat een levende donor bereid wil zijn om aan hen een nier af te staan.
En die levende donor wordt óók geopereerd terwijl hij of zij in leven is, maar gelukkig onder narcose…..

Geen opmerkingen:

Een reactie posten